Column: "De groeiende kloof tussen arm en rijk."
Bijgewerkt op: 2 jul

Ik weet nog goed hoe mijn leven begon met een keuze die ik zelf niet heb gemaakt, maar die mijn toekomst wel heeft bepaald. Mijn ouders stuurden mij vanuit Suriname naar Nederland, in de hoop dat ik hier meer kansen zou krijgen dan zij mij daar konden bieden. Pas later begreep ik hoeveel liefde, twijfel en moed er achter zo'n besluit schuilgaan. Geen ouder laat zijn kind zomaar gaan. Het gebeurt uit hoop op een beter leven.
Die hoop werd ook mijn vertrekpunt, maar niet mijn eindbestemming. Want een nieuw land betekent niet automatisch gelijke kansen. Ook ik moest mijn weg vinden, vanaf de onderkant opnieuw beginnen en hard werken om vooruit te komen. Ik begon met een achterstand op de maatschappelijke ladder.
Onderweg kwam ik niet alleen kansen tegen, maar ook momenten van tegenwerking, misverstanden en situaties waarin deuren voor mij gesloten bleven die voor anderen moeiteloos opengingen. Juist daardoor besefte ik hoe bepalend kansen kunnen zijn, maar ook hoe groot de invloed is van de mensen die je onderweg ontmoet.
Vandaag kan ik zeggen dat ik op financieel gebied niet arm ben, maar ook niet rijk. En daar heb ik vrede mee. Ik ben dankbaar voor wat ik heb, maar misschien nog wel dankbaarder voor wat ik heb moeten overwinnen om hier te komen. Als ik terugkijk, zie ik hoeveel ik heb ontvangen. Tegelijk zie ik ook hoeveel obstakels er op mijn pad zijn gelegd. Beide hebben mij gevormd.
Misschien kijk ik daardoor anders naar armoede dan anderen. Voor mij is het geen onderwerp uit een rapport of een verkiezingsdebat. Ik heb het van dichtbij gezien én gevoeld. Gezinnen, waaronder mijn eigen gezin, die iedere maand opnieuw moesten rekenen of het geld nog zou volstaan. Mensen die afhankelijk waren van de voedselbank of van de hulp van anderen. Destijds dacht ik dat die situatie tijdelijk zou zijn. Inmiddels weet ik dat armoede veel hardnekkiger is.
Door de geschiedenis heen heeft er altijd een kloof bestaan tussen rijk en arm. Alleen de vorm verandert. Wat mij vandaag zorgen baart, is dat die kloof niet kleiner lijkt te worden, maar juist groter.
Terwijl vermogens blijven groeien en rijkdom zich steeds verder concentreert, wordt het voor steeds meer mensen moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Boodschappen worden duurder, de energierekening stijgt, wonen is voor velen nauwelijks nog betaalbaar en sparen of investeren wordt voor een groeiende groep mensen een onbereikbare luxe.
Zo dreigt een samenleving/wereld te ontstaan waarin kansen steeds ongelijker worden verdeeld en waarin armoede niet alleen een tijdelijk probleem is, maar een erfenis die van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Die ongelijkheid blijft niet zonder gevolgen. Mensen verlaten hun land niet zomaar. Vele vluchten omdat armoede hun toekomst wegrooft. Ook mijn ouders maakten ooit zo'n moeilijke keuze, in de hoop dat hun kind meer kansen zou krijgen. Dat laat zien hoe diep het verlangen naar een beter bestaan in de mens verankerd ligt.
Echter geloof ik dat de oplossing breder is dan beleid alleen. Natuurlijk heeft de overheid een belangrijke verantwoordelijkheid. Zij moet zorgen voor eerlijke kansen, goede voorzieningen en een samenleving waarin de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Maar overheden komen en gaan. Armoede is gebleven.
Ik geloof ook in de kracht van mensen zelf. Niet iedereen begint op dezelfde plek, dat moeten we blijven erkennen. Maar kennis kan een verschil maken. Niet alleen schoolkennis, maar ook financiële kennis en levenswijsheid. Hoe ga je om met geld? Welke keuzes maak je? Investeer je alleen in vandaag of ook in morgen? En misschien nog belangrijker: met welke mensen omring je jezelf?
Daarnaast geloof ik ook dat mindset een rol speelt. Niet als eenvoudige verklaring voor arm of rijk zijn, want de omstandigheden waarin mensen opgroeien verschillen enorm. Maar wel als de manier waarop je naar kansen, tegenslagen en mogelijkheden kijkt. Twee mensen kunnen dezelfde tegenslag meemaken en toch een totaal andere weg inslaan. De één blijft stilstaan bij wat onmogelijk lijkt, terwijl de ander blijft zoeken naar wat nog wél mogelijk is. Een sterke mindset neemt ongelijkheid niet weg, maar kan wel het verschil maken tussen opgeven en blijven doorgaan.
Dat doet mij denken aan de gelijkenis van de talenten uit de Bijbel. Een meester vertrouwt zijn dienaren verschillende hoeveelheden talenten toe. De één ontvangt er vijf, de ander twee en de laatste één. Niet iedereen krijgt hetzelfde. Toch verwacht de meester van ieder van hen dat zij iets doen met wat hun is toevertrouwd.
Voor mij gaat die gelijkenis niet alleen over geld, maar over verantwoordelijkheid. Niet iedereen krijgt dezelfde kansen of startpositie. Dat moeten we eerlijk blijven erkennen. Maar de vraag blijft ook wat wij doen met de mogelijkheden die we wél hebben ontvangen.
Wat mij vaak opvalt, is hoe snel mensen naar elkaar wijzen. Armen verwijten rijken hun rijkdom, terwijl rijken de zorgen van mensen met weinig niet altijd begrijpen. Dat wederzijdse onbegrip brengt ons niet verder.
Want niemand bouwt zijn leven helemaal alleen op. Achter ieder succesverhaal schuilt vaak een ouder die offers bracht, een leraar die bleef geloven, een mentor die een deur opende of iemand die op het juiste moment zei: 'Ik help je wel.'
Succes en rijkdom ontstaan wanneer krachten worden gebundeld en mensen elkaar versterken. Misschien zouden we daarom minder naar elkaar moeten wijzen en vaker naast elkaar moeten gaan staan.
Daarom geloof ik dat we elkaar nodig hebben. Niet om elkaar afhankelijk te maken, maar om elkaar sterker te maken. Niet om succes van anderen te wantrouwen, maar om ervoor te zorgen dat meer mensen de kans krijgen zichzelf te ontwikkelen.
Een samenleving/wereld wordt immers niet sterker wanneer alleen de rijken rijker worden, maar wanneer ook mensen aan de onderkant de mogelijkheid krijgen om op te klimmen.
De groeiende kloof tussen rijk en arm is daarom niet alleen een economisch vraagstuk, maar ook een moreel vraagstuk. Wat voor samenleving/wereld willen we zijn? Eén waarin kansen steeds ongelijker worden verdeeld, of één waarin we elkaar helpen om vooruit te komen?
Niet iedereen zal even rijk worden, en dat hoeft ook niet. Maar iedereen verdient wél een eerlijke kans om zichzelf te ontwikkelen. De vraag is daarom niet óf de kloof tussen rijk en arm bestaat. Die bestaat al eeuwen. De echte vraag is hoeveel groter we haar nog laten worden, voordat we beseffen dat een samenleving/wereld pas echt rijk is wanneer iedereen de kans krijgt om vooruit te komen.
Als deze column je heeft geïnspireerd, voel je vrij om hem te delen of te waarderen door op het hartje hieronder te klikken.
Opmerkingen