top of page

Column: "Onze privacy ligt op straat."

22 aug
6 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 24 aug


Het is een feit: onze privacy ligt op straat. Ik weet dat omdat ik het zelf heb meegemaakt. Tot op de dag van vandaag word ik nog steeds gebeld door mensen die ik niet ken. Het begon allemaal met één advertentie op internet. Ik zat op internet toen ik een advertentie voorbij zag komen over beleggen. Er stond een bekend gezicht bij. Iemand die ik herkende en die een verhaal vertelde over beleggen en investeren.


Juist omdat ik dat gezicht herkende, dacht ik: als hij dit vertelt, dan zal het wel betrouwbaar zijn. Ik had mijn gegevens ingevuld. Niet lang daarna begon ik voortdurend telefoontjes te krijgen. Vaak anoniem. Steeds opnieuw. Op een gegeven moment voelde het alsof ik werd gestalkt. Ik vroeg mij af hoe ze aan mijn gegevens kwamen en wie er allemaal over beschikte. Deze ervaring heeft iets met mijn vertrouwen gedaan.


Vroeger dacht ik bij privacy vooral aan mijn huis. Mijn slaapkamer. Mijn gesprekken. Dingen waarvan ik vond: dit is van mij. Tegenwoordig ligt een deel van mijn leven ergens opgeslagen op systemen waar ik zelf nooit kom. Ik geef informatie af aan bedrijven, instanties en websites en moet er vervolgens maar op vertrouwen dat daar zorgvuldig mee wordt omgegaan.


Wat is privacy eigenlijk nog? We leven in een tijd waarin we bijna alles digitaal doen. We bankieren online, regelen zaken met de overheid, maken afspraken via websites en geven onze gegevens aan bedrijven en instanties .Je naam. Je adres. Je telefoonnummer. Je e-mailadres. Je geboortedatum. Soms wordt er nog veel meer gevraagd. Bij een bedrijf kan ik soms besluiten om geen account aan te maken. Maar bij de overheid ligt dat anders. Wil je iets aanvragen of regelen, dan moet je bepaalde informatie geven.

Dan vraag ik mij af:


Hoeveel keuze heb ik eigenlijk nog als privacy een voorwaarde wordt om deel te nemen aan de samenleving? Voor mij gaat privacy daarom niet alleen over gegevens. Het gaat over vertrouwen. Als iemand mij iets in vertrouwen vertelt, ga ik ervan uit dat ik daar zorgvuldig mee omga. Ik vertel het niet zomaar door. Als ik het met iemand anders wil delen, vraag ik eerst of dat mag. Dat lijkt mij vanzelfsprekend. Maar online is dat vertrouwen veel moeilijker geworden.


Wanneer ik mijn gegevens aan een organisatie geef, vertrouw ik erop dat die informatie daar veilig blijft. Ik verwacht niet dat iemand ermee aan de haal gaat of dat mijn gegevens uiteindelijk ergens anders terechtkomen. Toch gebeurt dat. En mijn eigen ervaringen hebben mij geleerd dat je niet zomaar kunt aannemen dat iets betrouwbaar is. Ik vertrouwde bijvoorbeeld het gezicht dat ik bij die advertentie zag.

Maar tegenwoordig kunnen beelden worden nagemaakt en kunnen zelfs stemmen worden nagebootst.

Dan wordt het moeilijk om nog te bepalen wat echt is.


Een bekend gezicht betekent niet automatisch dat iets betrouwbaar is.

Een professioneel uitziende website betekent niet dat je veilig bent.

En een stem die klinkt als iemand die je kent, hoeft niet eens van die persoon te zijn.


Dat vind ik een gevaarlijke ontwikkeling. Want hoe meer informatie over ons beschikbaar is, hoe gemakkelijker het wordt om ons te bereiken, te beïnvloeden of te misleiden. Een naam, een telefoonnummer, een e-mailadres, een gezicht of een stem lijken misschien maar kleine stukjes informatie. Maar bij elkaar kunnen ze een behoorlijk beeld van iemand geven. We horen steeds vaker dat bedrijven en instanties worden gehackt en dat persoonlijke gegevens op straat komen te liggen.


Dan krijg je achteraf een bericht: Er is mogelijk een datalek geweest.

Maar wat heb ik daar nog aan als mijn gegevens inmiddels ergens anders terecht zijn gekomen?

Wie geeft ze dan terug? Wie zorgt ervoor dat ze weer verdwijnen? En wie draagt uiteindelijk de gevolgen?

Dat zijn vragen waar ik mij steeds vaker mee bezighoud.


Achter ieder systeem zitten daarnaast ook mensen die toegang hebben tot informatie.

Neem een bank .Je vertrouwt een bank met je geld, maar ook met ontzettend veel persoonlijke informatie. Ik ga ervan uit dat de meeste medewerkers daar zorgvuldig mee omgaan. Maar je hebt altijd mensen ertussen die anders kunnen handelen. Eén persoon kan informatie doorspelen. Eén medewerker kan misbruik maken van zijn positie. En één fout kan grote gevolgen hebben. Daarom gaat privacy voor mij niet alleen over technologie. Het gaat ook over de mens.


Bedrijven willen steeds meer van ons weten. Ik begrijp dat sommige informatie nodig is. Als ik niets doorgeef, kan een organisatie mij soms ook niet helpen. Maar waar ligt de grens? Moet een bedrijf werkelijk alles van mij weten? En als ik die informatie eenmaal heb gegeven, wat gebeurt er daarna mee?

Wordt het daadwerkelijk verwijderd? Of blijft het ergens opgeslagen? Wie heeft er toegang toe?

Hoe lang blijft het bestaan? Dat zijn geen onbelangrijke vragen.


Digitalisering heeft ons veel gebracht. We kunnen sneller communiceren, informatie makkelijker vinden en zaken regelen die vroeger veel ingewikkelder waren. Ik ben dus niet tegen digitalisering.

Maar vooruitgang mag niet betekenen dat wij zonder na te denken steeds meer van onszelf weggeven.

Want vaak geven we ons eigen vet af om er vervolgens zelf in gebakken te worden. Oftewel lijkt het erop dat wij onze eigen informatie afgeven en dat diezelfde informatie later tegen ons gebruikt kan worden.


Dat klinkt misschien hard, maar zo voelt het soms wel. Een bericht dat van je bank lijkt te komen.

Een telefoontje waarbij iemand jouw naam al kent. Een advertentie met een bekend gezicht.

Alles lijkt steeds echter. En daardoor worden wij steeds voorzichtiger. Kan ik dit bericht openen?

Is deze persoon echt wie hij zegt dat hij is? Wie zit hier eigenlijk achter? Ik merk dat ook bij mezelf.

Wanneer iemand mij tegenwoordig om persoonlijke gegevens vraagt, denk ik niet meer zomaar: prima, hier heb je het.


Ik wil weten waarom die informatie nodig is, wat ermee gebeurt, wie erbij kan en hoe lang het wordt bewaard. Want als mijn gegevens eenmaal zijn gestolen, kan ik ze niet zomaar terugnemen.

Je kunt een wachtwoord veranderen. Je kunt een bankpas blokkeren. Maar je kunt je identiteit niet zomaar vervangen .Je kunt een eenmaal gelekte naam, foto of stem niet zomaar terughalen.

Daarom vind ik dat we veel bewuster moeten omgaan met privacy. Niet alleen als individu, maar ook als samenleving. We moeten kritischer durven zijn tegenover bedrijven, instanties en sociale mediaplatforms.


In hoeverre moeten wij onze privacy blijven opgeven om gebruik te kunnen maken van digitale diensten?

En waar ligt de grens? Want wanneer wordt iets wat vrijwillig lijkt uiteindelijk toch verplicht?

Wil je iets van de overheid, dan moet je bepaalde informatie geven. Wil je ergens klant worden, dan moet je gegevens achterlaten. En zo wordt het steeds normaler om grote hoeveelheden persoonlijke informatie af te staan. Misschien is dat wel het gevaarlijkste: dat we eraan wennen. Dat we niet meer stilstaan bij wat we eigenlijk weggeven.


Mijn ervaring met die advertentie over beleggen heeft mij in ieder geval geleerd dat ik daar niet meer zo gemakkelijk vanuit kan gaan. We moeten daarom niet alleen leren hoe we onszelf digitaal kunnen beschermen. We moeten ook opnieuw leren nadenken over wat en wie we vertrouwen.

Want uiteindelijk gaat privacy niet alleen over gegevens. Het gaat over wie toegang heeft tot jouw leven.

Stel dat iemand morgen mijn stem gebruikt om mijn familie te bellen. Mijn manier van praten. Misschien zelfs mijn manier van lachen. Maar ik ben het niet. Hoe bewijs je dan nog wie je bent?


Straks herkennen we niet meer of een stem echt is. Weten we niet meer of een gezicht echt is.

Twijfelen we aan een telefoontje. Twijfelen we aan een e-mail. Twijfelen we aan een bericht.

En uiteindelijk misschien zelfs aan elkaar. Dat is mijn grootste zorg. Niet alleen dat onze privacy verdwijnt, maar dat daarmee ook iets anders verdwijnt: ons vertrouwen in elkaar. Want wat heb je aan alle digitale mogelijkheden en het gemak dat ze ons brengen, als we uiteindelijk niet meer weten wie of wat we kunnen vertrouwen?


Onze privacy ligt op straat. Dat is geen toekomstbeeld meer. Het gebeurt vandaag.

De vraag is alleen: Hoeveel van onszelf zijn we nog meer bereid daar achter te laten?


*Als deze column je heeft geinspireerd, voel je vrij om het te delen of te waarderen door te klikken op het hartje hieronder.

Opmerkingen


bottom of page