top of page

Een wintertraditie die me elk jaar dichter bij mezelf brengt.



Eind februari, begin maart. Het is zo’n moment in het jaar waar ik bijna kinderlijk naar uitkijk. Niet omdat de lente al echt begonnen is, eerder omdat de tuin zich dan nog even uitrekt na de winter, precies lang genoeg voor mij om mijn jaarlijkse snoeironde te doen. Onze appelbomen weten inmiddels wat ze kunnen verwachten. Ik kom er weer aan, snoeischaar in de aanslag, klaar om te proberen hun groei in goede banen te leiden.


De afgelopen twee jaar deed ik dat vooral op gevoel. Een tak hier, een oversteek daar, wat meer lucht, wat meer licht. Ik had wat YouTube filmpjes gekeken, van die mensen die al snoeiend praten alsof ze een bergwand aan het beklimmen zijn, maar verder was het vooral intuïtie. En eerlijk? Ik vond het heerlijk. Maar dit jaar besloot ik dat ik het nog beter wilde doen.


Een kringloopvondst die precies op het juiste moment kwam

Afgelopen zomer struinde ik een Kringloopwinkel binnen, zonder doel, zoals dat meestal gaat. En daar lag het. Een boek dat mij direct riep: “SNOEIEN." Dunne bladzijden, duidelijke tekeningen, uitleg die zelfs mijn appelbomen zouden begrijpen. Ik wist meteen: deze gaat met mij mee naar huis.


Het voelde een beetje alsof God mij een cadeautje gaf. Alsof het boek daar lag te wachten tot ik het kwam halen, zodat ik volgend jaar niet alleen met enthousiasme maar ook met kennis zou snoeien.


De tuin valt stil, ik begin te lezen

Nu de winter nadert en de tuin langzaam tot rust komt, begint bij mij juist het voorpretseizoen. Het is zo’n heerlijke, stille overgangsperiode. De planten trekken zich terug, de vogels komen dichter bij huis en het licht hangt lager in de lucht.


En ik? Ik zit in onze werkruimte, onder een warme deken, met dat kringloopboek op schoot. Lezend, maar tegelijkertijd ook aantekeningen aan het maken in mijn hoofd en af en toe glimlachend als ik denk aan die appelbomen die volgend jaar waarschijnlijk zullen schrikken van hoe professioneel ik ineens te werk ga.


Op weg naar een tuin die nog meer gaat floreren

Het mooiste van tuinieren vind ik misschien wel dit: je bent nooit klaar, nooit uitgeleerd, nooit helemaal klaar met groeien. De tuin groeit, maar ik groei ook mee.


Volgend jaar wanneer ik weer buiten sta met mijn handschoenen aan en een snoeischaar in mijn hand, sta ik daar als een iets professionelere versie van mezelf. En ik kan niet wachten ...


Wat ik steeds meer besef

Nu ik jaar na jaar met mijn snoeischaar tussen de takken sta is, dat snoeien eigenlijk een prachtig symbool is voor het leven zelf. Een boom groeit elk seizoen alle kanten op. Vol enthousiasme, soms wat chaotisch, soms in richtingen die hem juist verzwakken. En alleen door af en toe bewust terug te grijpen naar de basis, door ruimte te maken en ballast weg te halen, ontstaat er weer lucht, licht en nieuwe kracht.


Bij ons werkt het niet anders.

Ook wij groeien soms te snel, te vol, te veel. Onze agenda’s, verwachtingen, verplichtingen, gedachten. Het wordt een wirwar van takken die geen zon meer doorlaten. Pas wanneer we durven snoeien in wat ons energie kost, wat niet meer bij ons past, wat te zwaar geworden is, ontstaat er weer ruimte om te bloeien.


Misschien is dat wel het mooiste inzicht dat de tuin me elk jaar opnieuw geeft.

Dat groei niet zit in meer, maar in bewuster, sterker en lichter.

En dat het soms juist de dingen zijn die we loslaten, die ons helpen om opnieuw tot leven te komen.

Opmerkingen


bottom of page